Voeding en diabetes type 1

Voeding en diabetes type 1

Waarom voeding ertoe doet

Voeding is één van de zes leefstijlpijlers van het Leefstijlroer naast beweging, ontspanning, verbinding, slaap en het omgaan met middelen. Maar bij diabetes type 1 is voeding misschien wel de meest invloedrijke pijler. Binnen de 42 factoren die je bloedsuiker kunnen beïnvloeden, vallen er negen onder voeding.

Wat voeding zo invloedrijk maakt, is dat het een samenspel is van meerdere factoren. Niet alleen wat je eet speelt mee, maar ook wanneer, hoeveel, of je voldoende drinkt, en hoe sterk een product is bewerkt. Al deze elementen beïnvloeden hoe je bloedsuiker zich gedraagt; soms afzonderlijk, maar meestal in samenhang.

Tegelijkertijd is voeding meer dan alleen een biologische noodzaak. In onze samenleving is eten altijd binnen handbereik en overal verkrijgbaar; van tankstations tot de sportkantine. Daardoor eten we vaker, op meer momenten, en soms ook zonder honger. Juist omdat voeding zo’n vanzelfsprekend deel is van het dagelijks leven, is het waardevol om stil te staan bij de vraag: wat betekent dat voor je bloedsuiker als je lichaam zelf geen insuline meer aanmaakt?

Om dat goed te begrijpen, beginnen we bij het begin met een korte terugblik op de rol die voeding speelde vóór de komst van insuline.

42 factoren in relatie tot leefstijl
Voeding omvat negen van de 42 factoren die je bloedsuiker beïnvloeden.
Download hier gratis de PDF.

Voeding en diabetes type 1: van hoofdrol naar bijzaak

Voeding speelde ooit een hoofdrol in de behandeling van diabetes type 1. Vóór de ontdekking van insuline, in 1921, was een streng koolhydraatarm dieet de enige manier om het leven te verlengen. Deze voedingsaanpak bood geen genezing, maar kon de bloedsuikerstijging na een maaltijd beperken — en daarmee de metabole belasting verlagen.

Verschillende behandelstrategieën door de jaren heen.
Deze afbeelding uit het onderzoek van
 Lennerz et al. (2021) laat zien hoe de focus in de behandeling van diabetes type 1 geleidelijk is verschoven – van voeding en leefstijl naar insuline, technologie en medicatie.

Vanaf de jaren 50, met de komst van beter werkende insulinepreparaten, verschoof de aandacht steeds meer naar medicamenteuze behandeling. Insuline werd hét centrale instrument in de diabeteszorg. Voeding schoof naar de achtergrond. In de praktijk betekende dit: minder nadruk op samenstelling en effect van maaltijden, en meer nadruk op het kunnen ‘compenseren’ met insuline.

Die ontwikkeling heeft zich in de afgelopen 15 jaar vrijwel onverminderd voortgezet. In veel zorgpraktijken wordt gesteld dat je alles kunt eten, zolang je maar voldoende insuline toedient. Tegelijk is onze voedselomgeving ingrijpend veranderd: voeding is overal beschikbaar, het is vaak sterk bewerkt en rijk aan snelle koolhydraten. Die combinatie kan het voor mensen met diabetes type 1 lastiger maken om hun bloedsuiker stabiel te houden.

De hernieuwde aandacht voor voeding als aanvullende strategie

Een overzichtsartikel van Lennerz et al. (2021) laat zien dat koolhydraatbeperking opnieuw serieus wordt overwogen als onderdeel van medische voedingsinterventies. Niet als vervanging van insuline, maar als aanvulling die kan helpen om dagelijkse bloedsuikerschommelingen te beperken, de insulinebehoefte te verlagen en het verloop van de dag voorspelbaarder te maken.

De auteurs beschrijven theoretische voordelen zoals minder pieken na de maaltijd en stabielere glucosewaarden, maar benadrukken ook dat langdurige en goed gecontroleerde studies nodig zijn om deze aanpak verder te onderbouwen.

Lennerz et al. onderzochten in 2018 de ervaringen van 316 mensen met type 1 die een zeer koolhydraatarm voedingspatroon volgden volgens de methode van Richard Bernstein (Lennerz et al., 2018). Hoewel het ging om zelfgerapporteerde gegevens zonder controlegroep, laten de resultaten veelbelovende uitkomsten zien — met een opmerkelijk lage HbA1c, weinig hypo’s of ketoacidose, en een hoge tevredenheid onder deelnemers.

Voeding, insuline en het risico op dubbele diabetes

Bij diabetes type 1 ligt de nadruk vaak op het toedienen van voldoende insuline om de bloedsuikerwaarden binnen de streefwaarden te houden. Maar insuline is meer dan een hulpmiddel, het is ook een krachtig hormoon met brede metabole effecten. Hoeveel insuline je nodig hebt, hangt nauw samen met wat je eet. Snelle koolhydraten en sterk bewerkte voeding zorgen voor abrupte stijgingen van je bloedsuiker, waardoor er vaak relatief grote hoeveelheden insuline nodig zijn om dit op te vangen.

Wanneer je dag in dag uit veel insuline nodig hebt, kunnen de spiegels in je bloed langdurig verhoogd zijn. Dit wordt chronische hyperinsulinemie genoemd. Ook bij mensen met type 1 wordt dat in verband gebracht met gewichtstoename, verminderde insulinegevoeligheid en kenmerken van het metabool syndroom, een combinatie die soms wordt aangeduid als ‘dubbele diabetes’.

Recent onderzoek (Kueh et al., 2023) bevestigt dat deze vicieuze cirkel, van toenemende insulineafhankelijkheid, gewichtstoename en afnemende gevoeligheid, bij mensen met type 1 reëel is. De auteurs beschrijven hoe zowel de voedselomgeving als de intensieve insulinetherapie bijdragen aan obesitas en metabole verstoring bij diabetes type 1, en signaleren een gebrek aan gerichte richtlijnen om dit effectief aan te pakken. Dit versterkt het belang van voeding als structureel onderdeel van de behandeling.

Een voedingspatroon dat minder snelle koolhydraten bevat, met voldoende eiwitten, vezels en gezonde vetten, gaat vaak samen met een minder snelle bloedsuikerstijging en een lagere insulinebehoefte. Daarmee is voeding niet alleen een middel om je bloedsuiker stabieler te houden, maar kan ook een manier zijn om metabole belasting te verlagen en mogelijk helpen het risico op gewichtstoename en insulineresistentie te beperken.

Wat voeding doet met je bloedsuiker

Voeding levert energie. Die energie komt uit drie macronutriënten: koolhydraten, eiwitten (ook wel proteïnen genoemd) en vetten. Daarnaast bevat voeding micronutriënten (vitamines en mineralen) en water. Al deze componenten zijn belangrijk voor het functioneren van je lichaam maar als je diabetes hebt, speelt vooral het effect op je bloedsuiker een centrale rol.
Daarom is het belangrijk om te weten wat deze voedingsstoffen precies doen in je lichaam en hoe ze je bloedsuiker beïnvloeden.

Macronutriënten


Voeding levert niet alleen brandstof voor je cellen, maar speelt ook een rol in herstel, hormoonproductie, communicatie tussen cellen en je mentale veerkracht. Dat wordt zichtbaar als je kijkt naar de functies van de verschillende macronutriënten. In dit overzicht zie je hoe koolhydraten, eiwitten en vetten ieder hun eigen rol spelen in je stofwisseling, herstel en afweer.

Maar hoe je lichaam deze macronutriënten verwerkt tot brandstof verschilt en dat zorgt ook voor een verschillend effect op je bloedsuiker.

Macronutriënten

Meer weten over hoe voeding je lichaam voedt en niet alleen vult?
Bekijk het webinar Voeding in plaats van vulling, met sportarts Hans van Kuijk, leefstijlcoach Nina de Rooij en ervaringsdeskundige Wim Tilburgs.

Hoe macronutriënten je bloedsuiker beïnvloeden

Alle drie de macronutriënten kunnen uiteindelijk worden omgezet in glucose, de brandstof die je cellen gebruiken. Koolhydraten worden het snelst omgezet in glucose, eiwitten langzamer, vetten nog trager. Omdat macronutriënten invloed hebben op je bloedsuiker, maakt het uit wat je eet, hoeveel je eet en in welke combinatie.

Effect van macronutriënten op de glucose

Meer weten?
Hoe eiwitten je bloedsuiker beïnvloeden

Niet alleen koolhydraten, maar ook eiwitten kunnen je bloedsuiker laten stijgen, zij het langzamer en geleidelijker. Dat effect merk je soms pas uren na de maaltijd. In dit artikel lees je hoe dat werkt, waarom het belangrijk is voor mensen met type 1 diabetes, en wat het betekent voor je insulinedosering.
Lees: Het effect van eiwitten op je bloedsuiker

Waarom het soort koolhydraten ertoe doet

Koolhydraten zijn niet allemaal gelijk. Ze verschillen in opbouw en snelheid van opname. Snelle koolhydraten (zoals suiker en wit brood) zorgen voor een abrupte stijging van je bloedsuiker. Langzame koolhydraten, zoals vezelrijke groenten en peulvruchten, worden trager verteerd en veroorzaken een minder sterke stijging. Daarom maakt het uit hoeveel koolhydraten je eet én welke soort.

Hydratatie en bloedsuiker

Naast wat je eet, speelt ook wat en hoeveel je drinkt een rol in het stabiel houden van je bloedsuiker. Voldoende drinken is belangrijk voor een stabiele bloedsuiker. Water ondersteunt je stofwisseling en helpt je nieren om overtollige glucose via de urine uit te scheiden. Als je te weinig vocht binnenkrijgt, raakt je lichaam uitgedroogd. Hierdoor daalt het bloedvolume en neemt de concentratie glucose in je bloed relatief toe. Je bloedsuiker kan dan sneller stijgen en moeilijker te corrigeren zijn.
Ook de werking van insuline kan bij uitdroging minder effectief zijn. Daarom is voldoende water drinken (verspreid over de dag) een belangrijk, maar vaak onderschat onderdeel van het reguleren van je bloedsuiker.

Waarom (ultra)bewerkte voeding het lastiger maakt

Voeding is meer dan energie en macronutriënten alleen. Je lichaam heeft ook micronutriënten nodig zoals vitamines en mineralen, om processen goed te laten verlopen: van energiemetabolisme en hormonale regulatie tot verzadiging. (Ultra)bewerkte voeding bevat vaak minder van deze stoffen, terwijl het wel rijk is aan snelle koolhydraten, vetten en zout. Dat maakt het minder verzadigend, wat kan leiden tot grotere porties, vaker eten en meer schommelingen in je bloedsuikerwaarden.

Wat is (ultra)bewerkte voeding?

(Ultra)bewerkte voeding is voedsel dat industrieel is veranderd ten opzichte van de oorspronkelijke vorm. Denk aan kant-en-klare maaltijden, snacks, ontbijtgranen, frisdrank en zoete zuiveldranken. Hoe meer stappen er nodig zijn om een product te maken, met toevoegingen als kleurstoffen, emulgatoren, stabilisatoren en geraffineerde koolhydraten, hoe hoger de mate van bewerking.

Een belangrijk onderscheid: ultrabewerkte voeding is niet hetzelfde als ‘bewerkte voeding’. Brood en yoghurt zijn bewerkt, maar vallen niet automatisch onder de categorie ultrabewerkt. Die laatste is doorgaans sterk gemanipuleerd qua structuur, smaak en houdbaarheid, vaak ten koste van voedingswaarde. Steeds meer studies koppelen ultrabewerkt voedsel aan een verhoogd risico op overgewicht, metabole ontregeling, hart- en vaatziekten en depressie.

Waarom het etiket je niet altijd helpt

Veel bewerkte producten lijken handig: ze zijn kant-en-klaar, lang houdbaar en voorzien van een etiket dat je precies vertelt wat erin zit. Of toch niet? In Nederland mogen fabrikanten op producten zonder voedingsclaim een afwijkingsmarge van 20% hanteren. Dat betekent dat een product 20% méér of minder koolhydraten (of andere nutriënten) kan bevatten dan vermeld staat. Voor mensen die afhankelijk zijn van nauwkeurige insuline-afstemming, kan zo’n marge behoorlijk uitmaken, vooral bij grotere hoeveelheden.

Meer weten?
Hoe kleinere hoeveelheden kunnen bijdragen aan voorspelbare bloedsuikers

De Amerikaanse arts Bernstein hanteert binnen zijn methode; de Wet van kleine getallen. Dit beschrijft de gedachte dat kleine hoeveelheden slechts kleine vergissingen kunnen veroorzaken. Hij past dit binnen zijn methode toe op zowel de koolhydraatinname als op de insuline doseringen met als doel het effect op de bloedsuiker voorspelbaarder te maken.
Lees: Stabiliseer je bloedsuiker door de wet van kleine getallen

Wat kun je zelf onderzoeken?

Voeding beïnvloedt je bloedsuiker elke dag en vaak op meer manieren dan je zou denken. Misschien ben je vooral gewend om naar koolhydraten te kijken, maar zoals je hebt kunnen lezen, spelen ook eiwitten, vetten, portiegrootte, bewerking, hydratatie en het moment van eten een rol. Al die factoren samen maken dat jouw bloedsuikerreactie uniek is. Daarom is het waardevol om te onderzoeken hoe jouw lichaam reageert op wat en wanneer je eet.

De lijst van 42 factoren is daarbij geen checklist om af te vinken, maar een hulpmiddel om bewuster te worden van wat er bij jóu kan spelen. Binnen deze lijst vallen negen factoren onder voeding. Samen vormen ze een netwerk dat je deels kunt leren herkennen en beïnvloeden. Dat vraagt om individuele afstemming, en begint bij begrijpen hoe jouw lichaam op voeding reageert.

Een manier om dat voor jezelf te onderzoeken, is door een aantal dagen een voedingsdagboek bij te houden. Noteer niet alleen wat je eet, maar ook hoeveel koolhydraten, eiwitten en vetten je binnenkrijgt en hoe je bloedsuiker daarop reageert. In dit dagboek kun je ook insulinedoseringen, beweging, stress en hormonale invloeden noteren. Zo breng je de belangrijkste variabelen in kaart die je bloedsuiker beïnvloeden, en ontdek je waar voor jou ruimte zit: in samenstelling, timing, dosering of combinatie. Je kunt het dagboek gratis downloaden als pdf. Heb je het liever op papier? Er is ook een gedrukt exemplaar beschikbaar.

Binnen de 42 factoren worden koolhydraten twee keer genoemd; vanwege hun sterke en directe invloed op de bloedsuiker. Zowel de hoeveelheid als de soort maken uit. Koolhydraatbeperking lijkt voor veel mensen dan ook een logische keuze. Niet alleen vanuit historisch perspectief, maar ook omdat het in de praktijk én in onderzoek laat zien hoe het kan bijdragen aan stabielere bloedsuikerwaarden. Dat vraagt aandacht voor je keuzes, maar levert vaak ook iets op: meer voorspelbaarheid, minder schommelingen, en soms een lagere insulinebehoefte.

Wil je meer inzicht in waarom voeding zoveel invloed heeft op je insulinebehoefte en hoe koolhydraatarme voedingspatronen daarin kunnen werken? Lees dan ook ons artikel over insuline en voeding bij type 1 of verdiep je in de principes van koolhydraatbeperking, waaronder de aanpak van Bernstein.

Heb je behoefte aan uitwisseling met anderen die hiermee bezig zijn? In onze supportgroep vind je ervaringsdeskundigen, praktische voorbeelden en herkenning. Je staat er niet alleen voor.

Veel gestelde vragen (FAQ)

Omdat ook eiwitten, vetten, portiegrootte, bewerking, het moment van eten en hydratatie een effect hebben op je bloedsuikerwaarden — en daarmee op de hoeveelheid insuline die je nodig hebt. Koolhydraten spelen een grote rol, maar ze zijn maar één onderdeel van het geheel.

(Ultra)bewerkte producten bevatten vaak snelle koolhydraten, weinig vezels en minder micronutriënten. Daardoor worden ze sneller opgenomen, zorgen ze voor hogere pieken in je bloedsuiker en heb je er meestal meer insuline voor nodig. Ook verzadigen ze minder goed, wat kan leiden tot grotere porties en vaker eten — en dus tot meer schommelingen.

Ja. Eiwitten kunnen — vooral in grotere hoeveelheden — zorgen voor een geleidelijke stijging van je bloedsuiker. Dat effect treedt vaak pas enkele uren na de maaltijd op, en is langzamer dan bij koolhydraten. Toch kan het relevant zijn voor je insulineafstemming.
Lees: Het effect van eiwitten op je bloedsuiker

Omdat het kan helpen om de bloedsuiker stabieler te houden. Minder koolhydraten betekent vaak minder grote pieken na de maaltijd en een lagere insulinebehoefte. Veel mensen ervaren daardoor meer voorspelbaarheid en minder schommelingen. Ook onderzoek laat positieve resultaten zien, al vraagt het om individuele afstemming.
Lees: Koolhydraatarme voeding bij diabetes type 1

Een praktische manier is om tijdelijk een dagboek voor zelfmanagement bij te houden. Daarmee breng je voeding, bloedsuikerwaarden, insulinedosering, beweging, stress en hormonale invloeden in samenhang in beeld. In combinatie met een voedingsapp, zoals de Eetmeter, krijg je ook zicht op de verhouding tussen koolhydraten, eiwitten en vetten.
Zo krijg je inzicht in patronen — wat handvatten kan geven om bij te sturen, afgestemd op jouw lichaam en jouw leven.
Download: Dagboek voor zelfmanagement bij type 1

Voeding speelde destijds een hoofdrol. Vóór 1921 — toen insuline nog niet beschikbaar was — was een streng koolhydraatarm dieet de enige manier om het leven te verlengen bij type 1. Het beperkte de bloedsuikerstijging na een maaltijd en verminderde de metabole belasting, maar bood geen genezing.

Vanaf de jaren 50 werden insulinepreparaten betrouwbaarder en makkelijker te doseren. Daarmee verschoof de behandeling van diabetes type 1 steeds meer naar het toedienen van insuline op basis van wat iemand at, in plaats van het aanpassen van de voeding zelf. In veel behandelpraktijken raakte voeding daardoor op de achtergrond. De afgelopen jaren groeit de aandacht weer voor de rol die voeding kan spelen in stabiele glucoseregulatie.

Laatst herzien: 1 mei 2025